| Home | Geschiedenis | Agenda | Bijbelstudie | Contact | Adres |


Hoe de Baptistengemeente Workum is ontstaan

Even ter inleiding een paar woorden: de gemeente Franeker was in die tijd de belangrijkste baptistengemeente in Friesland, van waaruit veel evangelisatiewerk is opgestart. In Workum had men honger naar het evangelie. Er kwamen namelijk al enige tijd wat ontevreden gelovigen bijeen, die zich niet konden vinden in de toenmalige koers van de kerk. Deze mensen besloten de baptistenevangelist Peter Johannes de Neui uit te nodigen voor een predikbeurt, om opgebouwd te worden in het geloof. Een drijvende kracht achter deze uitnodiging moet de Workummer koedokter Bouke Haagsma zijn geweest. Hij legde het contact met de Neui, en op 1 Augustus 1866 kwam deze voor de eerste maal naar Workum. Ze konden natuurlijk niet de grote kerk afhuren, dus namen ze hun intrek in de herberg van Jellema. Deze “historische avond” is door de historicus dr. Wumkes uitvoerig beschreven:

Burgemeester verbiedt evangelisatie en overtreedt daarmee de wet

“De zaal was eivol, maar toen hij wilde beginnen, verbood de politie het hem uit naam van den burgemeester. Hij pleitte voor intrekking van het verbod, als strijdig met de wetten des lands. Toen dit geweigerd werd, eischte de Neui een schriftelijke verklaring daarvan, welke de burgemeester hem overhandigde met de woorden: “gij kunt
volgens recht met negentien personen vergaderen en preeken.” De Neui antwoordde: “Die bepaling is in 1853 opgeheven, weshalve ik verklaar, dat hier rechtsverdraaiing heeft plaats gehad of ik vergis mij, wanneer ik meen voor den burgemeester te staan.” Deze ging toen met de politie in een ander vertrek om de zaak nader te overwegen, maar het bescheid luidde: “het verbod blijft gehandhaafd.” “Maar” – hernam de Neui,
“ik roep voor mijn samenkomst de bescherming der Wet in.” – “Die geef ik u niet,” was het antwoord. – “Dan,” zeide de Neui, “heb ik nog een paar woorden te zeggen. Ik stel u voor God verantwoordelijk wegens uw vijandschap tegenover zijn Evangelie. Ik zal u voor God aanklagen over de zielen, die wegens de verstoorde prediking
van dezen avond in de hel loopen. Ik bind hen op uw hart, heer burgemeester! Voor Gods rechterstoel, waar de rechter Christus geen burgemeesters kennen zal, moet gij verantwoording geven en wee u, want het is schrikkelijk te vallen in handen des levenden Gods. Gij hebt uw hand tegen wet en recht verheven; gij zult niet bestaan en over drie weken kom ik terug!” Na deze woorden groette de Neui den burgemeester en
begaf zich naar de zaal, waar hij het publiek den toedracht der zaak verhaalde met verzoek om naar huis te gaan, wat velen onder tranen deden.” Tot zover even Wumkes.

Steen in de vijver

Het moet een flinke beroering in de kleine gemeenschap van Workum hebben gegeven. De burgemeester wist natuurlijk best dat hij de wet niet aan zijn kant had, maar hij speelde vast een spelletje blufpoker om een smeulende kerktwist de kop in te drukken. Het was vast het gesprek van de dag, een ‘steen in de vijver’ van het anders zo bedaarde stadsleven. Ook de Hervormde dominee zal er ongetwijfeld direct van gehoord hebben. Ingelicht door politie en burgemeester hoopte hij misschien dat hiermee de kous af was, en dat de storm weer zou gaan liggen. Maar zo was het niet. De kous was nog niet af, want drie weken later kwam de Neui terug… “en nu met vaste voornemens om de vergadering te houden, er mocht gebeuren wat er wilde. Doch niemand legde hem een stroobreed in den weg. Weer was de zaal eivol en zijn predikatie over Mattheus 25:46: “Dezen zullen gaan in eeuwige pijn, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven,” sneed door de harten, zoodat vele tranen vloten. Daarna hield hij gezelschap bij Bouke Haagsma tot na middernacht en legde bij den grondslag tot een geregeld samenkomen van hen, die het beginsel van den doop der geloovigen omhelsden. De eerste gedoopten van Workum waren B. Haagsma en zijn dochter, de vrouw van Inne Vlas en Pieter J. Riemersma. Langzamerhand groeide het aantal tot tien.

De eerste twintig jaar een huiskamergemeente

De onderlinge vergaderingen hadden plaats in de woonkamer, gang en het voorhuis van Bouke Haagsma, die steeds te klein bleken voor het groot aantal personen, dat samenvloeide. En de Afgescheiden predikant mocht er zich fel tegen kanten, het baatte hem niet. Eindelijk moest vanwege de beperkte ruimte naar een andere vergaderplaats worden uitgezien. De wagenmaker Dirk Jans Driebergen stelde toen zijn werkplaats beschikbaar. Wanneer de Neui om de zes weken een dag in het midden der broederen was, gingen de Makkummers mede van het samenzijn genieten, gelijk de Workummers bij zulk een gelegenheid te Makkum kwamen. Toen Driebergen in 1876 naar Bolsward vertrok, verhuisde men naar de achterkamer van broeder H. de Vries, waar men ongeveer twintig jaar de onderlinge samenkomsten heeft gehouden. Den 7e Februari 1897 maakte Workum zich los van Franeker om als zelfstandige gemeente op te treden. Zij telde toen ongeveer dertig leden. Na nog verscheidene vergaderplaatsen gehad te hebben, kreeg zij in 1895 in het lokaal “Bethel” een vaste plaats van samenkomst (Dr. G.A. Wumkes, De opkomst en vestiging van het baptisme in Nederland, A.J. Osinga Uitgeverij Sneek, 1912, pp.184-186).

Veel is veranderd, sommige dingen gelijk gebleven

We zitten nog steeds in lokaal “Bethel,” en vaak ook met ongeveer dertig mensen. Hoe zal een kerkdienst eruit gezien hebben in die tijd? Er werden natuurlijk psalmen gezongen en voor de rest veel gezangen en ‘opwekkingsliederen.’ Zo waren er natuurlijk de liederen van de bekende evangelist Jan de Liefde, die uit die tijd komen. Voorbeelden daarvan zijn liederen met titels als ‘Moe gewerkt en moe gespeeld, leg ik’s avonds mij ter ruste’ en ‘O daar te zijn, waar nimmer tranen vloeien.’ Maar de meeste liederen zullen zijn vertaald uit het Duits en Engels, die later ook werden opgenomen in de Schat der Eeuwen. We moeten dan denken aan liederen zoals ‘Jezus neemt de zondaars aan! Roept dit troostwoord toe aan allen’ en ‘Eens moet genade overwinnen, verslagen ligt de helsche macht’ ‘Een groene heuvel ver van hier, daar stierf de Heer aan ’t wreede kruis.’ In het begin kwam de evangelist maar eens in de zes weken, dus op de overige zondagen was de gemeente aangewezen op een woord van broeder Bouke Haagsma, de koedokter. Misschien kwam er af en toe uit Makkum of Stavoren, of later uit het Heidenschap een broeder over om te preken. En waarschijnlijk zal ook broeder Bouke Haagsma vast ook wel eens ergens heen zijn geweest het Woord door te geven.

 

Baptisten Gemeente De Ontmoeting